| |
Lied 316 |
| Vers 1: | De laatsten zullen de eerste zijn in het Koninkrijk van God. De onderdrukten worden vrij, god zet hen op de eerste rij, geringen gaan voorop. Geringen gaan voorop.
|
| Vers 2: | En wie zichzelf verhoogt, die wordt het allerlaatst gezien. Maar wie zich houdt aan Zijn gebod die zal de grootste zijn voor God die telt, die telt voor tien.
|
| Vers 3: | De eersten komen het allerlaatst, God keert de rollen om. Want Hij meet met een andere maat en zet ons op de goede plaats wanneer Hij weder komt.
|
| |

|
Lied 317 |
| Vers 1: | Lazarus ligt op de stoep, niemand luistert als hij roept, niemand geeft hem iets te eten, uitgehongerd en vergeten wacht hij op wat kruimels brood; en hij sterft in de hongerdood
|
| Vers 2: | Binnnen is de rijke man en hij neemt het er goed van. Er is brood voor nu en morgen, vrolijk feest hij zonder zorgen; tot de dood een einde maakt aan geluk en leef maar raak.
|
| Vers 3: | Lazarus wordt in die nacht door Gods engelen thuisgebracht. Maar de rijkaard met zijn weelde die het daaglijks brood niet deelde, vind geen plaats bij God, hij is buiten in de duisternis.
|
| |

|