| |
Lied 323 |
| Vers 1: | Petrus viste op het meer maar hij legde zijn netten neer. Jezus roept hem om te komen, hij ziet messiaanse dromen en laat alles in de steek voor het woord dat Jezus spreekt.
|
| Vers 2: | Petrus gaat waar Jezus gaat door elk dorp en elke straat. Overal wil hij Hem volgen, zelfs al is het op de golven. Al gaan alle anderen heen hij laat Jezus niet alleen.
|
| Vers 3: | Maar als Jezus wordt verhoord, houdt ook Petrus niet zijn woord. Grote woorden , kleine daden, Petrus heeft zijn Heer verraden. En daarbuiten kraait de haan, huilend is hij weggegaan.
|
| Vers 4: | Petrus vist weer op het meer, Jezus roept hem nog een keer: Haal je netten uit het water, heb Mij lief, en hoed Mijn schapen. Ga op weg en zegt het voort: Liefde is het sleutelwoord.
|
| |

|
Lied 324 |
| Vers 1: | Twee mannen zijn op weg gegaan naar Emmaus hier ver vandaan. Het leed is niet te dragen, hun hart is vol met vragen. Vervolgen is hun laatste hoop nu Jezus is gedood.
|
| Vers 2: | Een vreemde komt hen tegemoet hun trage harten vatten moed, want hij doet uit de doeken de woorden uit de boeken: Dat Jezus deze weg moest gaan, wordt nu door hen verstaan.
|
| Vers 3: | Blijf bij ons, en wees onze gast? Blijf bij ons, zeggen zij verrast. De vreemde laat zich node. Bij 't breken van de broden is 't of hun ogen opengaan: De Heer is opgestaan!
|
| |

|