| | Lied 330 | | Vers 1: | Waar zou de stad van vrede zijn, kun je er komen al ben je klein? Is het ver weg over land, over zee is het er ja of is het er nee?
| | Vers 2: | Hoe komen wij op het goede spoor, is het linksaf, of is het rechtdoor? Is het niet hier en is het niet daar, is het er nee, of is het er ja?
| | Vers 3: | Zijn alle dromen dan toch bedrog, hebben wij hier tevergeefs gezocht? Is het een sprookje en is het niet waar, is het er nee, of is het er ja?
| | Vers 4: | Wij willen weten, wij willen zien wij willen weten, wij tellen tot tien. Geef ons een teken van vrede mee! Is het er ja, of is het er nee?
| | |

|
|