| | Lied 402 | | Vers 1: | Niet verder gaan, niet verder gaan, alleen maar op een berg te staan en 't land zien van je dromen. Daar ligt het over de Jordaan 't beloofde land, het Kanaan, waar Mozes nooit zal komen.
| | Vers 2: | Na veertig jaar in de woestijn zal hij niet bij de intocht zijn, er is voor hem geen morgen. Het volk trekt langs, van groot tot klein, en Josua zal herder zijn. God zal voor Mozes zorgen.
| | Vers 3: | Hij wees het volk het goede spoor, Nu gaan ze met Gods woorden door, geschreven in twee stenen. Hoor Israel, hoor Israel, hoor Israel, voor Mozes gaan de dromen door, hij is bij God verschenen!
| | |

| Lied 403 | | Vers 1: | Waarom staan die stenen daar zomaar in het land, twaalf stenen bij elkaar aan de waterkant? Is het soms een spelletje? Nee, 't is een verhaal. Luister, ik vertel het je allemaal.
| | Vers 2: | Twaalf stenen in een kring, hier bleef het water staan en het volk van Israel ging droog door de Jordaan. Nee, het is geen spelletje, het is een verhaal. Luister, ik vertel het je allemaal.
| | Vers 3: | Twaalf stammen op een rij in een lange stoet, liepen aan de ark voorbij Kanaan tegemoet. Is het soms een spelletje? Nee, 't is een verhaal. Luister, ik vertel het je allemaal.
| | Vers 4: | Veertig jaren in de woestijn, dromen van dit land, en dan eindlijk thuis te zijn, dansend hand in hand. Nee, het is geen spelletje, het is een verhaal. Luister, ik vertel het je allemaal.
| | Vers 5: | Twaalf stenen, meer is 't niet, hier bij de Jordaan, daarom, als een kind het ziet, blijf dan stille staan! Is het soms een spelletje? Nee, 't is een verhaal. Luister, ik vertel het je allemaal.
| | |

|
|