| | Lied 404 | | Vers 1: | De bomen zijn op weg gegaan, zij spraken de olijfboom aan: word jij de koning van het woud die van de bomen houdt? Ik zorg voor olie in de kruik, mijn vet wordt dagelijks gebruikt, ik word geen koning met veel macht die leeft van praal en pracht.
| | Vers 2: | De bomen vroegen aan de vijg: jij stond al in het paradijs, word jij de koning van het woud die van de bomen houdt? Ik breng de mensen zoveel zoet, geeerd word ik voor al dit goed, ik word geen koning met veel macht die leeft met praal en pracht.
| | Vers 3: | De bomen zeiden toen: welaan, wij zullen naar de wijnstok gaan: word jij de koning van het woud die van de bomen houdt? Ik moet toch zorgen voor de wijn, hoe kan er anders bruiloft zijn? Ik word geen koning met veel macht die leeft met praal en pracht.
| | Vers 4: | De bomen gingen weer op reis: al is de doornstruik eigenwijs, word jij de koning van het woud die van de bomen houdt? Ik word wel koning recht of slecht, en wie niet luistert, brand ik weg! Ik ben een koning met veel macht die leeft met praal en pracht.
| | Vers 5: | De bomen hadden zich vergist! Een doornstruik steekt, een doornstruik is geen goede koning van het woud laagbijdegronds en koud. De bomen kozen, maar verkeerd want wie alleen met macht regeert die gaat ten onder aan het kwaad, ten onder vroeg of laat.
| | |

| Lied 405 | | Vers 1: | Ruth, die eens uit Moab kwam, zonder kind en zonder man, wil in Israel gaan wonen, Israels God haar eer betonen. Ik ga mee, zo klinkt haar stem, ik ga mee naar Bethlehem!
| | Vers 2: | Bethlehem wordt nu haar huis maar er is geen brood in huis. Daarom gaat Ruth aren lezen want er moet toch eten wezen. Achter Boaz' maaiers aan zoekt zij het verloren graan.
| | Vers 3: | Boaz wordt verliefd op haar en ze trouwen met elkaar. Dan wordt er een zoon geboren, Ruth, die zoveel had verloren noemt hem Obed, en zij prijst God de Heer, die gunst bewijst.
| | Vers 4: | Ruth, die eens uit Moab kwam, zonder kind of zonder man, treedt aan 't licht, haar zonnen komen later zelfs op Israels tronen. En haar naam wordt nog genoemd wanneer David wordt geroemd!
| | |

|
|