| |
Lied 409 |
| Vers 1: | De koning richt een feestmaal aan voor al zijn rijksgenoten, maar Vasthi weigert om te gaan: daarom wordt zij verstoten. Dan neemt de koning een besluit: Ik kies een nieuwe bruid! Esther wordt koningin! Esther wordt koningin!
|
| Vers 2: | De mooiste meisjes van het rijk verschijnen ten paleize, de koning keurt, de koning kijkt, wie zal hij aan gaan wijzen? Hij vindt het meisje naar zijn zin: Esther wordt koningin! Esther wordt koningin!
|
| Vers 3: | De oom van Esther in de poort, hij weigert om te knielen, daarom zint Haman om een moord hij zal dat volk vernielen! Dat joodse volk, dat zich verzet en leef naar eigen wet, en leef naar eigen wet.
|
| Vers 4: | Ook Esther hoorde van haar volk en Mordechai liet vragen wees onze koningin en tolk, wij vasten hier drie dagen. Verzwijg toch niet als koningin: Ook ik ben een jodin, ook ik ben een jodin.
|
| Vers 5: | Als Esther naar de koning gaat wil hij haar alles geven, zij komt niet om, de koning laat het joodse volk weer leven! Het poer, dat keert zich van hen af en Haman krijgt zijn straf, en Haman krijgt zijn straf.
|
| |

|
Lied 410 |
| Vers 1: | Job, zoals het verhaal vertelt, was een man met heel veel geld. Hij probeerde goed te leven, alle eer aan God te geven. Job die steeds het kwaad ontweek, liet zijn God niet in de steek.
|
| Vers 2: | Op een dag viel alles stuk niets bleef over van 't geluk. Schapen, runderen en zonen, alles werd Job afgenomen. diep in rouw zat Job nu neer maar hij noemde God zijn Heer.
|
| Vers 3: | Arm als Job als hij nu was zat hij daar in zak en as. Het verdriet was niet te keren en er kwamen boze zweren. Zelfs Jobs vrouw zei: Zie je wel, zeg je God nu maar vaarwel!
|
| Vers 4: | Ook Jobs vrienden, stuk voor stuk, delen in zijn ongeluk. En zij komen Job beklagen en zij praten velen dagen. Ieder denkt dat hij wel weet wat het antwoord is op leed.
|
| Vers 5: | Woorden gaan van man tot man ieder zegt er 't zijne van. Maar na al dat redeneren hoort Job naar het woord des Heren. En hij wordt getroost door God dan komt alles goed voor Job.
|
| |

|