Alles wordt nieuw
 
Lied 415
Vers 1:In Jeruzalem staat een huis,
staat een huis, staat een huis.
In Jeruzalem staat een huis,
in Jeruzalem staat een huis.
Dat huis dat is een heiligdom,
en ieder kind weet wel waarom.
In Jeruzalem staat een huis,
daar heeft de Heer zijn thuis.

Vers 2:In dat huis daar komt een kind,
komt een kind, komt een kind.
In dat huis daar komt een kind,
in dat huis daar komt een kind.
De wijze mannen staan versteld
omdat het zoveel vragen stelt.
In dat huis daar komt een kind
dat woord voor woord begint.

Vers 3:Maar dat kind denkt niet aan tijd,
niet aan tijd, niet aan tijd.
Maar dat kind denkt niet aan tijd,
maar dat kind denkt niet aan tijd.
Hij is twaalf jaar en zoon der wet,
hij moet naar huis, naar Nazareth.
Maar dat kind denkt niet aan tijd.
Maria is hem kwijt!

Vers 4:In Jeruzalem ben ik thuis,
ben ik thuis, ben ik thuis.
In Jeruzalem ben ik thuis,
in Jeruzalem ben ik thuis.
Maria kijkt hem vragend aan:
Wat heb je ons toch aangedaan?
In Jeruzalem ben ik thuis,
hier ben ik kind aan huis!


 
naar boven

Lied 416
Vers 1:Vier mannen en een zieke vriend,
die niet kan staan of lopen.
Vier mannen en een zieke vriend,
die op een wonder hopen.
Zij zoeken Jezus, maar helaas,
het huis is vol, er is geen plaats.

Vers 2:Vier mannen en een zieke vriend,
zij blijven toch geloven.
Vier mannen en een zieke vriend
sjouwen het bed naar boven.
Het dak moet open, zonder meer
zakt zo hun vriend voor Jezus neer.

Vers 3:Vier mannen en een zieke vriend,
zij wachten op de woorden.
Vier mannen en een zieke vriend
en weet je wat ze hoorden?
Sta op en wandel, draag je bed!
Zo wordt hun zieke vriend gered.

Vers 4:Vier mannen en een zieke vriend
die weer kan staan en lopen.
Vier mannen en een zieke vriend
zingen de hemel open!
Door ieder die bij Jezus staat
wordt God geprezen op de straat!


 
naar boven



Pagina terugPagina terug Het opgevraagde tekstgedeelte beslaat meerdere hoofdstukken.
Pagina van 615
Geschrift toevoegen ter vergelijking:
Pagina verderPagina verder