| | Lied 416 | | Vers 1: | Vier mannen en een zieke vriend, die niet kan staan of lopen. Vier mannen en een zieke vriend, die op een wonder hopen. Zij zoeken Jezus, maar helaas, het huis is vol, er is geen plaats.
| | Vers 2: | Vier mannen en een zieke vriend, zij blijven toch geloven. Vier mannen en een zieke vriend sjouwen het bed naar boven. Het dak moet open, zonder meer zakt zo hun vriend voor Jezus neer.
| | Vers 3: | Vier mannen en een zieke vriend, zij wachten op de woorden. Vier mannen en een zieke vriend en weet je wat ze hoorden? Sta op en wandel, draag je bed! Zo wordt hun zieke vriend gered.
| | Vers 4: | Vier mannen en een zieke vriend die weer kan staan en lopen. Vier mannen en een zieke vriend zingen de hemel open! Door ieder die bij Jezus staat wordt God geprezen op de straat!
| | |

| Lied 417 | | Vers 1: | Kijk eens naar de vogels, de vogels, mijn kind, ze zaaien niet, ze maaien niet, zij leven van de wind. Geen vogel denkt aan morgen, zij leven zonder zorgen en vliegen hoog boven het land, zij eten uit Gods hand.
| | Vers 2: | Let eens op de bloemen de lelien zo schoon, ze werken niet, ze spinnen niet wie draagt zo'n mooie kroon? Geen koning en geen keizer zo zorgeloos, zo wijzer, zij staan te pronken op het land en leven uit Gods hand.
| | Vers 3: | Maak je toch geen zorgen geloof niet zo klein het eten en het drinken zal er morgen ook wel zijn! Begin vandaag te leven God zal je alles geven en morgen zie je dan wel weer. Vertrouw op God de Heer!
| | |

|
|