| | Lied 417 | | Vers 1: | Kijk eens naar de vogels, de vogels, mijn kind, ze zaaien niet, ze maaien niet, zij leven van de wind. Geen vogel denkt aan morgen, zij leven zonder zorgen en vliegen hoog boven het land, zij eten uit Gods hand.
| | Vers 2: | Let eens op de bloemen de lelien zo schoon, ze werken niet, ze spinnen niet wie draagt zo'n mooie kroon? Geen koning en geen keizer zo zorgeloos, zo wijzer, zij staan te pronken op het land en leven uit Gods hand.
| | Vers 3: | Maak je toch geen zorgen geloof niet zo klein het eten en het drinken zal er morgen ook wel zijn! Begin vandaag te leven God zal je alles geven en morgen zie je dan wel weer. Vertrouw op God de Heer!
| | |

| Lied 418 | | Vers 1: | Waar lijkt het op, waar lijkt het op, het Koninkrijk van God? Waar lijkt het op, waar lijkt het op, het Koninkrijk van God. Soms lijkt dat Koninkrijk op zaad, op zaad dat in de aarde gaat en uit dat zaad daar groeit een boom, een goddelijke droom.
| | Vers 2: | Waar lijkt het op, waar lijkt het op het Koninkrijk van God? waar lijkt het op, waar lijkt het op het Koninkrijk van God? Het is een heel groot bruiloftsfeest voor wie aan God zijn trouw geweest, zij komen overal vandaan de kinderen gaan vooraan.
| | Vers 3: | Waar lijkt het op, waar lijkt het op het Koninkrijk van God? Waar lijkt het op, waar lijkt het op het Koninkrijk van God? Het is een stad waar vrede woont en waar God in het midden troont, Gods goedheid is er zonneklaar zijn liefde openbaar. Daar lijkt het op, daar lijkt het op het Koninkrijk van God!
| | |

|
|