| |
Lied 421 |
| Vers 1: | Er was er eens een jongeman, heel rijk en heel voornaam. En op een dag is hij gewoon naar Jezus toegegaan.
|
| Vers 2: | Ach goede meester, zeg mij toch hoe ik leven moet? Ik heb al wat mijn hart begeert maar leef ik zo wel goed?
|
| Vers 3: | Waarom noem je mij goed, je weet alleen maar God is goed. Houd zijn geboden alle tien, dan leef je zoals het moet.
|
| Vers 4: | Dat doe ik, wat ontbreekt mij nog? Je bent gewoon te rijk! geef alles weg, ga met mij mee op weg naar het koninkrijk.
|
| Vers 5: | Ik kan het niet, ik kan het niet, u vraagt teveel van mij. Hij keert zich om en gaat naar huis, wel rijk maar toch niet blij.
|
| Vers 6: | Is er geen hoop geen uitzicht meer dat hij behouden wordt? Misschien is ons geloof te klein. maar alles kan bij God!
|
| |

|
Lied 422 |
| Vers 1: | Een vader vroeg zijn oudste zoon: Werk jij vandaag voor mij? De zoon zei: ""Ja"", maar deed het niet, hij nam een dagje vrij. Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan? Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan, wie heeft de wil van zijn vader gedaan?
|
| Vers 2: | Een vader vroeg zijn jongste zoon: ga jij de wijngaard in? De zoon zei: ""Nee, dat wil ik niet ik heb vandaag geen zin!"" Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan? Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan?
|
| Vers 3: | Maar even later kreeg hij spijt hij is naar huis gegaan en heeft de hele dag gewerkt zijn vaders wil gedaan! Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan? Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan?
|
| |

|