| |
Lied 422 |
| Vers 1: | Een vader vroeg zijn oudste zoon: Werk jij vandaag voor mij? De zoon zei: ""Ja"", maar deed het niet, hij nam een dagje vrij. Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan? Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan, wie heeft de wil van zijn vader gedaan?
|
| Vers 2: | Een vader vroeg zijn jongste zoon: ga jij de wijngaard in? De zoon zei: ""Nee, dat wil ik niet ik heb vandaag geen zin!"" Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan? Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan?
|
| Vers 3: | Maar even later kreeg hij spijt hij is naar huis gegaan en heeft de hele dag gewerkt zijn vaders wil gedaan! Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan? Wie heeft gehoord, wie heeft verstaan wie heeft de wil van zijn vader gedaan?
|
| |

|
Lied 423 |
| Vers 1: | Als een wijngaard is de aarde met een toren en een muur. Wij bepalen zelf de waarde en betalen nooit de huur. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| Vers 2: | Wachters boven op de toren met geweren in hun hand, willen van geen pachtgeld horen blijven baas in eigen land. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| Vers 3: | Als de zoon wordt uitgezonden wordt hun hart met vrees gevuld, en hun angst slaat diepe wonden want zijn komst wordt niet geduld. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| Vers 4: | Eens wanneer de Heer zal komen aan de einde van de tijd, wordt het land dan afgenomen, schenkt het ons de schulden kwijt? Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| |

|