| |
Lied 423 |
| Vers 1: | Als een wijngaard is de aarde met een toren en een muur. Wij bepalen zelf de waarde en betalen nooit de huur. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| Vers 2: | Wachters boven op de toren met geweren in hun hand, willen van geen pachtgeld horen blijven baas in eigen land. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| Vers 3: | Als de zoon wordt uitgezonden wordt hun hart met vrees gevuld, en hun angst slaat diepe wonden want zijn komst wordt niet geduld. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| Vers 4: | Eens wanneer de Heer zal komen aan de einde van de tijd, wordt het land dan afgenomen, schenkt het ons de schulden kwijt? Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer. Wij vergeten telkens weer: de aarde is van de Heer.
|
| |

|
Lied 424 |
| Vers 1: | De machtigen op aarde zijn nog niet uitgeteld; hun munten hebben waarde, hun beeld staat op het geld. Geef daarom aan de keizer, aan de keizer waarom hij vraagt. Maar geeft aan God, aan God de Heer, de hoogste eer vandaag!
|
| Vers 2: | De munten van de keizer ze brengen geen geluk, want rijkdom maakt niet wijzer en geld breekt zoveel stuk. Geef daarom aan de keizer, aan de keizer waarom hij vraagt. Maar geeft aan God, aan God de Heer, de hoogste eer vandaag!
|
| Vers 3: | God slaat aan gouden munten geen geld uit ons bestaan, maar neemt alleen de liefde van alle mensen aan. Geef daarom aan de keizer, aan de keizer waarom hij vraagt. Maar geeft aan God, aan God de Heer. de hoogste eer vandaag!
|
| |

|