| |
Lied 427 |
| Vers 1: | Er kraait geen haan, er kraait geen haan als Petrus bij het vuur gaat staan. Er kraait geen haan en Petrus wacht bij 't huis waar Jezus is gebracht.
|
| Vers 2: | Jij hoort bij Hem, jij hoort bij Hem, zo roept opeens een vrouwenstem. Jij hoort bij Jezus, waar of niet? Maar Petrus zegt: Ik ken Hem niet!
|
| Vers 3: | Te dicht bij 't vuur, te dicht bij 't vuur, waar moet hij schuilen op dit uur? Te dicht bij 't vuur, en weer die vraag: zag ik jou die bij Hem vandaag?
|
| Vers 4: | De derde maal, de derde maal, zegt iemand: ik hoor aan je taal dat jij er een van Jezus bent. Maar Petrus vloekt en hij ontkent.
|
| Vers 5: | Er kraait een haan, er kraait een haan, en hij is huilend weggegaan. Er kraait een haan en Petrus weet: ik liet mijn meester in de steek.
|
| |

|
Lied 428 |
| Vers 1: | Bomen groeien in de hof, in de hof van Eden. Bomen fluisteren Gods lof in de tuin van heden. 's Winters kaal en 's zomers groen ademen zij elk seizoen. Wanneer komt de tijd door de Heer bereid, wanneer zal Gods lente komen? Wanneer komt de tijd door de Heer bereid, waarvan wij nog dromen?
|
| Vers 2: | Bomen maken intocht mee en de mensen juichten. Bomen in Gethsemane zwijgende getuigen van het leed dat Jezus wacht in de laatste bange nacht. Wanneer....
|
| Vers 3: | Bomen staan op Golgotha, bomen zonder leven. Waar is nu de gloria van de Heer gebleven? Vruchteloos hangt Hij aan 't kruis, een gevelde boom in 't woud. Wanneer....
|
| Vers 4: | Bomen groeien rond een graf en de vogels zingen. Jezus legt zijn doodskleed af nieuw gaat Hij beginnen, als een goddelijk gedicht komt Zijn leven aan het licht. Nu begint de tijd door de Heer bereid, want de vrede is gekomen. Nu begint de tijd door de Heer bereid, waarvan wij nog dromen.
|
| |

|