| |
Lied 428 |
| Vers 1: | Bomen groeien in de hof, in de hof van Eden. Bomen fluisteren Gods lof in de tuin van heden. 's Winters kaal en 's zomers groen ademen zij elk seizoen. Wanneer komt de tijd door de Heer bereid, wanneer zal Gods lente komen? Wanneer komt de tijd door de Heer bereid, waarvan wij nog dromen?
|
| Vers 2: | Bomen maken intocht mee en de mensen juichten. Bomen in Gethsemane zwijgende getuigen van het leed dat Jezus wacht in de laatste bange nacht. Wanneer....
|
| Vers 3: | Bomen staan op Golgotha, bomen zonder leven. Waar is nu de gloria van de Heer gebleven? Vruchteloos hangt Hij aan 't kruis, een gevelde boom in 't woud. Wanneer....
|
| Vers 4: | Bomen groeien rond een graf en de vogels zingen. Jezus legt zijn doodskleed af nieuw gaat Hij beginnen, als een goddelijk gedicht komt Zijn leven aan het licht. Nu begint de tijd door de Heer bereid, want de vrede is gekomen. Nu begint de tijd door de Heer bereid, waarvan wij nog dromen.
|
| |

|
Lied 429 |
| Vers 1: | Saul van Tarsus gaat op reis, klein van stuk en eigenwijs. Hij tracht mensen op te sporen die bij de beweging horen. Wie een vriend van Jezus is, komt in de gevangenis.
|
| Vers 2: | Saul van Tarsus jaagt maar door als een vos volgt hij elk spoor. Wie kan vluchten voor zijn handen zoekt zijn heil in vreemde landen. Saul van Tarsus wordt niet moe hij gaat naar Damascus toe.
|
| Vers 3: | Saul van Tarsus is op pad, hij is niet ver van de stad, als een vuur, een licht van boven, al Sauls plannen komen doven. En een stem klinkt van dichtbij: Waarom Saul, vervolg je mij?
|
| Vers 4: | Saul van Tarsus is verblind en men leidt hem als een kind. De vervolger is verslagen hulpeloos is hij drie dagen. Totdat Ananias komt; hij maakt Saulus weer gezond.
|
| Vers 5: | Saul die dreiging sloeg en moord, wordt gedoopt, van nu aan hoort Saul bij Jezus' volgelingen, omgekeerd zijn alle dingen! Saul, al heeft hij zich vergist, weet voorgoed wie Jezus is!
|
| |

|