Groot Nieuws Bijbel

Spreuken 13
13  Een wijs mens luistert naar terechtwijzingen, maar iemand die met zichzelf is ingenomen, is er doof voor.  Een goed mens leeft van de woorden die iemand zegt, maar onbetrouwbare mensen leven van geweld.  Wie zijn tong in toom houdt, beschermt zichzelf, wie zijn tong maar laat gaan, bewerkt zijn eigen ondergang.  De wensen van een luiaard worden nooit vervuld, maar een ijverig mens krijgt meer dan hij wenst.  Een rechtvaardige heeft een openlijke afkeer van leugens, wie liegt, maakt zich gehaat en zet zich te schande.  Rechtvaardigheid houdt je op de goede weg, maar slechtheid brengt de mens ten val.  Sommigen doen zich rijk voor en zijn straatarm, anderen doen zich arm voor en bezitten een vermogen.  Van een rijkaard eist men zijn geld als losprijs voor zijn leven, een arm mens krijgt deze bedreiging nooit te horen.  De rechtvaardigen zijn een stralende lamp, slechte mensen een dovend licht.  De betweter veroorzaakt altijd onenigheid, wie zich laat raden, straalt rust en wijsheid uit.  In de schoot gevallen rijkdom verdwijnt in het niet, maar bezit met eigen hand vergaard, zal groeien.  Lang wachten maakt ziek, maar een vervulde wens doet leven.  Wie een waarschuwend woord niet telt, zal de gevolgen moeten dragen, wie eerbied heeft voor goede raad, zal merken dat het loont.  Het woord van een wijze is een bron van leven, het redt je uit de netten van de dood.  Een helder inzicht vindt erkenning, maar in onbetrouwbare woorden ziet men geen heil.  Een verstandig man geeft blijk van inzicht, maar een dwaas spreidt onverstand ten toon.  Een ontrouwe gezant stort het land in het ongeluk, maar een betrouwbare bode herstelt de rust.  Wie raad versmaadt, wacht armoe en schande, wie zich laat vermanen, valt eer te beurt.  Een vervulde wens is een verkwikking, de diepste wens van een dwaas is kwaad te doen.  Wie omgaat met wijzen, wordt wijs, wie bevriend is met dwazen, vergaat het slecht.  Wie kwaad doet, wordt achtervolgd door het kwaad, maar geluk is het loon voor de rechtvaardigen.  Van een goed mens zullen zelfs de kleinkinderen erven, maar de rijkdom van zondaars komt in handen van rechtvaardigen.  Het land geeft voedsel in overvloed, door onrecht wordt het mensen onthouden, door onrecht ontstaat er armoede.  Wie terugdeinst voor straffen, houdt niet van zijn kind, maar wie het liefheeft, straft het, al is het jong.  Een rechtvaardig mens is te verzadigen, maar de maag van slechte mensen blijft vragen. 
14  Een wijze vrouw bouwt aan haar huis, een dwaze vrouw breekt het met eigen handen af.  Wie eerlijk leeft, heeft ontzag voor de Heer, wie het verkeerde pad kiest, minacht hem.  Een dwaas straft zijn eigen hoogmoed af door loos gepraat, maar in het woord van een wijs man ligt zijn redding.  Als je geen ossen hebt, blijft de kribbe vol voer, maar voor een goede oogst heb je wel ossen nodig.  Een betrouwbare getuige spreekt altijd de waarheid, een vals getuige verkondigt niets dan leugens.  Wie erg met zichzelf is ingenomen, zoekt vergeefs naar wijsheid, wie ervoor openstaat, ontdekt haar gemakkelijk.  Blijf bij dwazen vandaan, als je ooit een verstandig woord wilt horen.  Wijsheid is: weten welke weg te gaan, dwaasheid is: niet weten dat je jezelf bedriegt.  Wat dwazen met elkaar verbindt, is wat ze verkeerd doen, eerlijke mensen zoeken elkaar omdat het hun goeddoet.  Alleen je eigen hart voelt het verdriet ten volle en ook je vreugde kan een ander niet volledig delen.  Het huis van een misdadiger wordt een ruïne, het huis van een eerlijk mens zal voorspoed kennen.  Een weg die recht lijkt, kan toch naar de dood leiden.  Ook onder het lachen kan je hart pijn doen en na de vreugde blijft het verdriet dan over.  Een goed mens plukt de vruchten van zijn daden, maar een slecht mens niet minder.  Wie onervaren is, gelooft alles wat men zegt, wie schrander is, denkt zelf na.  Een wijs man weet dat hij het kwaad uit de weg moet gaan, een dwaas overschat zichzelf en waant zich nog veilig ook.  Wie heetgebakerd is, doet dwaze dingen, iemand die berekenend is, maakt zich gehaat.  Wie onverstandig leeft, blijft dwaas, wie verstandig leeft, krijgt inzicht.  Slechte mensen zullen buigen voor de goede, zij zullen aankloppen aan hun poorten.  De arme wordt zelfs door zijn buurman gehaat, maar de rijkaard heeft talloze vrienden.  Wie zijn medemensen minacht, maakt zich schuldig, wie medelijden heeft met de armen, is gelukkig.  Wie onheil zaait, gaat zeker de verkeerde weg, wie streeft naar het goede, oogst liefde en trouw.  Elke inspanning levert iets op, loos gepraat leidt alleen tot armoede.  Een schat aan inzicht is de kroon voor wijzen, domheid is de krans voor dwazen.  Het woord van een betrouwbare getuige kan iemand het leven redden, wat uit de mond van een leugenaar komt, betekent niets, het is bedrog.  Wie ontzag heeft voor de Heer kan gerust zijn en ook zijn kinderen weet hij veilig.  Ontzag voor de Heer is een bron van leven, het redt je uit de netten van de dood.  In de grootte van het volk ligt de grootheid van een koning, gebrek aan onderdanen is zijn ondergang.  Een geduldig man geeft blijk van veel inzicht, een heetgebakerd iemand laat zien hoe dwaas hij is.  Wie mild is, blijft gezond, maar afgunst vreet aan je.  Wie een arme onderdrukt, beledigt de Schepper, wie zorg heeft voor een arme, eert daarmee God.  Een slecht mens gaat door eigen kwaad ten onder, een rechtvaardig mens weet zich veilig, ook als de dood komt.  In het hart van een verstandig mens rust wijsheid, diep in hun hart moeten zelfs dwazen dat erkennen.  Rechtvaardigheid maakt een volk groot, onrecht is een schande voor een natie.  Een koning schept behagen in een verstandig dienaar, maar zijn woede treft de dienaar die zijn taak verwaarloost. 



Pagina terugPagina terug Het opgevraagde tekstgedeelte beslaat meerdere hoofdstukken.
Pagina van 31
Geschrift toevoegen ter vergelijking:
Pagina verderPagina verder