Groot Nieuws Bijbel

Spreuken 31
31  De raad die koning Lemuël van zijn moeder kreeg:  ‘Mijn zoon, mijn eigen kind, het kind waarom ik God gebeden heb, wat zal ik je zeggen?  Verspil je krachten niet aan vrouwen. Aan vrouwen zijn al zoveel koningen te gronde gegaan.  Ook past het een koning niet, Lemuël, zich over te geven aan de drank. Een leider moet niet drinken.  Want als je drinkt, zou je je opdracht vergeten en het recht verwaarlozen van mensen die vertrapt worden.  Geef drank en wijn aan wie de dood nabij is, aan wie bedroefd is. Dan kan hij even zijn armoede en getob vergeten, hoeft hij er even niet aan te denken.  Maar jij moet spreken voor wie zich niet verdedigen kan, jij moet opkomen voor de mensen die niet meetellen.  Spreek en oordeel rechtvaardig, geef de arme en de hulpeloze zijn recht!’  Een goede vrouw, wie zal haar vinden? Zij is meer waard dan edelstenen.  Haar man kan zich op haar verlaten, hij zal er wel bij varen.  Ze stelt hem nooit teleur, ze maakt hem gelukkig, haar leven lang.  Ze zorgt dat er wol en vlas is en spint en weeft met haar vaardige handen.  Zij trekt eropuit om voedsel te halen zoals het schip van een koopman uitvaart naar verre landen.  Ze staat al op als het nog donker is, zorgt voor het eten van heel de familie en zet de slavinnen aan het werk.  Heeft ze haar zinnen gezet op een stuk land, dan koopt ze het van het geld dat ze zelf verdiende en plant er een wijngaard op.  Ze pakt het werk krachtig aan, ze is onvermoeibaar.  Ze ziet hoe goed alles gaat en ’s nachts blijft haar lamp branden.  Haar handen rusten nooit, ze is altijd aan het spinnen of weven.  Diezelfde handen strekt ze uit naar arme mensen, wijd opent zij haar armen voor wie in nood is.  Zij hoeft niet bang te zijn voor de sneeuw, voor heel haar gezin heeft ze warme kleren.  Voor haar huis heeft ze prachtige tapijten gemaakt, zelf gaat ze gekleed in linnen en purperrode wol.  Haar man geniet aanzien in de stad, in de poort zit hij met de oudsten in vergadering bijeen.  Ze maakt linnen kleren en gordels, ze levert die aan de kooplui.  Kracht en waardigheid straalt zij uit, de komende dag ziet ze opgewekt tegemoet.  Wat zij zegt, is vol wijsheid, haar aanwijzingen zijn altijd vriendelijk.  Ze houdt het oog op haar huishouden en nietsdoen is haar onbekend.  Haar kinderen zijn trots op haar, haar man is vol lof.  ‘Er zijn meer goede vrouwen,’ zegt hij dan, ‘maar jij overtreft ze allemaal.’  Charme is bedrieglijk en schoonheid verdwijnt snel, lof verdient alleen een vrouw die leeft in ontzag voor de Heer.  Dat zij de vruchten mag plukken van al haar werk! Laat heel de stad haar naam met ere noemen! 



Pagina terugPagina terug Het opgevraagde tekstgedeelte beslaat meerdere hoofdstukken.
Pagina van 31
Geschrift toevoegen ter vergelijking: