Geref. Gezangen
 
Lied 5
Vers 1:Klein, klein kindje,
je leven loopt gevaar.
Ik maak een biezen mandje
en morgen is het klaar.

Vers 2:Klein, klein kindje,
dit mandje wordt een boot.
Daarmee moet jij gaan varen
op leven of op dood.

Vers 3:Klein, klein kindje,
ik zet je tussen het riet.
Wie weet gebeurt het wonder
dat de prinses je ziet.

Vers 4:Klein, klein kindje,
als de prinses jou vindt,
dan gaat je boot niet onder:
jij bent een koningskind.

 
naar boven

Lied 6
Vers 1:Met Mozes zijn wij meegegaan,
omdat de Heer ons riep.
Wij zijn op weg naar Kanaan
maar 't water is zo diep.
En farao in onze rug,
hij wil zijn slaven weer terug.
Daar komen de soldaten al,
wij zitten in de val.

Vers 2:O Mozes, roep toch tot de Heer,
het water is zo diep.
Er is voor ons geen uitweg meer,
het water is zo diep.
Waar is 't beloofde paradijs?
Is dit het einde van de reis
dat wij verdrinken in de zee?
Waarom nam jij ons mee?

 
naar boven



Pagina terugPagina terug Het opgevraagde tekstgedeelte beslaat meerdere hoofdstukken.
Pagina van 182
Geschrift toevoegen ter vergelijking:
Pagina verderPagina verder